
Gelijk steeds uit de bestanddeelen van heet ijzer, door den smidshamer geslagen, tal van brandende vonken schitteren als schijnselsin een glansenden kring, zoo verwekte Dante, daarna Petrarca,—mannen van de grootste begaafdheid, die de verouderde Poëziebewerkten, zoodat zij den roest van vele eeuwen er uit verwijderden,—als uit een vuursteen de flikkerende vonken van dichterlijkengeest, en wiesen lichtende vlammen in grootschen gloed. Aldus ook Zanobio da Strada, van wien wij elders melding hebben gemaakt,en die Giovanni, van welke wij thans hebben te spreken. Zijn vader was Boccaccio van Certaldo, een dorp in het Florentijnschegebied, een man beroemd door de gratie van zijn manieren. Hij bevond zich voor zijn handelszaken te Parijs en was even vrijen aangenaam van geest als luchtig van karakter en licht tot beminnen geneigd. Door die aantrekkelijkheid van zijn aard envan zijn manieren werd hij verliefd op een Parijsch meisje van een rang, het midden houdend tusschen adellijk en burgerlijk,voor wie hij in de hevigste liefde ontbrandde en gelijk de kenners der werken van Giovanni het willen, verbond deze zich methem in den echt, waaruit die Giovanni is voortgekomen, het kind, dat onder Maestro Giovanni, den vader van den dichter Zanobioslechts gebrekkig de spraakkunst had geleerd. De vader begeerde van hem en noopte hem om redenen van winstbejag zich op derekenkunde toe te leggen en om dezelfde redenen te reizen; zoo zwierf hij langen tijd door vele en verschillende streken,dan hier, dan daar. Reeds op zijn achtentwintigste jaar naar vaderlijk gebod te Napels gekomen, vestigde hij zich te Pergola,waar [6]hij verblijf houdende, op een dag voor zijn genoegen wandelde en op de plaats kwam, waar de asch van Virgilius Maron begravenis. Giovanni beschouwde deze grafstede met bewondering en lang ook hem, dien deze omsloot en in twijfel peinzend over de faamvan dat gebeente, begon hij opeens het noodlot verwijten te doen en zich hierover te beklagen, waardoor hij met geweld gedwongenwas zich toe te leggen op de hem antipathieke handelszaken. Van toen af aangegrepen door een plotselinge liefde voor de heiligeMuzen, keerde hij huiswaarts, verwaarloosde zijn koopmanschap en wijdde zich met den vurigsten ijver aan de Dichtkunst, waarinhij in korten tijd nobele gedachten met brandenden ijver verbond en groote vorderingen maakte. Zijn vader bemerkte dit enmeende, dat de hemelsche liefde meer op den zoon vermocht dan het vaderlijk gezag. Hij stemde eindelijk in zijn studiën toeen hielp hem met zijn gunst, voor zoover het mogelijk was, hoewel hij hem eerst tot de studie van het kanonieke Recht aangespoordhad.
Toen Giovanni zich vrij voelde, begon hij met de grootste zorg datgene na te vorschen, wat voor de Poëzie noodig was en ziende,dat de beginselen en grondslagen der dichters, welke betreffende de romans en de fabels bestaan, zoo goed als geheel ware